Isolatie

Verwarming maakt het grootste deel uit van het energieverbruik van een woning. Tot 75% van de totale hoeveelheid is nodig om de woning te verwarmen. Dit komt neer op een benodigde hoeveelheid energie van 75.000 kWh/jaar. Geen wonder dat het van belang is om de woning voldoende te isoleren.

Naast isolatie moet de woning ook luchtdicht worden afgesloten. Luchtdicht betekent niet dampdicht, de woning moet immers nog kunnen ademen om het opgedane vocht in huis terug af te geven. Luchtdicht betekend wel dat de isolatie wordt afgeschermd van de wind, zodat de warmte niet wordt ‘weggeblazen’.

ISOLEREN MOET JE LEREN

Via het dak gaat de grootste hoeveelheid warmte verloren. Het dak is dan ook de plaats bij uitstek waar men moet isoleren. Vandaar dat bij installatie van zonnepanelen het verplicht is om het dak tot een zekere waarde te isoleren.

Bij bestaande gebouwen is het niet altijd evident om kamers en zolder te isoleren. Veelal zal een deel van de afgewerkte kamer moeten worden opengebroken, toch zal het geleverde werk zich op termijn terugwinnen door de reductie dan de energiefactuur.

Isolatie is verplicht voor zonnepanelen

Voor het plaatsen van zonnepanelen en het bekomen van groenestroom-certificaten moet er isolatie in het dak aanwezig zijn. Deze isolatie moet voldoen een warmteweerstand R van minimum 3 m2K/W. Dit betekend dat de geplaatste isolatie een zekere weerstand ten opzichte van de warmte moet hebben. De zogenaamde warmteweerstand R (m2K/W). Hoe groter de R-waarde, hoe beter het isolerend vermogen van het dak.

De warmteweerstand kan berekend worden uit de warmtegeleidings-coëfficient (lambda λ) van het isolatiemateriaal en de dikte (Dm) van de isolatie in meter. Hoe dikker de isolatie, hoe meer weerstand hij zal bieden aan de warmte.

R = Dm(m)/ lambda λ

Om een laag energiewoning te bekomen moet de R-waarde van het dak minimum R=6,25 m2K/W bedragen. LET OP: Lage energiewoningen zullen dé norm voor komende jaren worden!

Een aantal lamda’s van isolatiematerialen met hun diktes

Materiaal Lambda (l)         Dikte (cm) R=3 Dikte (cm) R=6,25
       
Glaswol 0,037 11,1 23,13
Rotswol 0,037 11,1 23,13
Vermiculiet 0,043         12,9 26,88
Perliet 0,045 13,5 28,13
Cellenglas 0,050         15,0 31,25
Cellulose 0,037 11,1 23,13
Vlas 0,042         12,6 26,25
Hennep 0,038 11,4 23,75
Houtwol 0,035 10,5 21,88
Kurk 0,045 13,5 28,13
Celit 0,050 15,0 31,25
EPS 0,035         10,5 21,88
XPS 0,034 10,2 21,25
Resol 0,025 7,5 15,63
PUR 0,025 7,5 15,63
PIR 0,029 8,7 18,13

 

Sommige materialen moeten dus dikker zijn dan andere om eenzelfde warmteweerstand R te bekomen. Maar niet alle materialen hebben dezelfde kostprijs. Daarom is het van belang om naast de dikte (dm) en de warmtegeleidingscoëfficient (Lambda λ) van het isolatiemateriaal ook de kostprijs per geplaatste vierkante meter in acht te nemen.

Glaswol, rotswol en cellulose zijn vrijwel de goedkoopste vormen van dakisolatie. Toch geniet cellulose de voorkeur omdat deze isolatie in de te isoleren ruimtes geblazen kan worden en zich dan ook overal even dik kan ophopen. Bij cellulose is men zeker dat er geen koudebruggen meer aanwezig zijn. Cellulose is bovendien een afvalproduct van papiersnippers en dus milieuvriendelijk.

HOU DE WIND BUITEN EN DE WARMTE BINNEN

Het is niet voldoende om de woning te isoleren zonder kieren en tocht gaten eerst aan te pakken. Als de wind door de isolatie kan blazen doordat spleten in het onderdak of andere kieren aanwezig zijn, zal de isolatie zijn isolerende kracht verliezen. Rondlopen met een dikke pull op een winderige en koude dag is immers ook nutteloos als de pull niet goed gesloten is.

Winddicht maken van de woning

Het volledig winddicht maken van de woning is zowaar een nog groter probleem dan het correct isoleren ervan. De isolatie moet immers aan beide zijden door een windscherm ingepakt worden. Dit kan gebeuren doormiddel van dampschermen (geen plastiek!!). De Dampschermen of dampremmers zijn speciaal ontworpen om de wind tegen te houden, maar kunnen toch de damp laten passeren. Hierdoor blijft de woning ademen en is ze toch tocht vrij.

Het eerste dampscherm komt net onder het pannendak en wordt meestal uitgevoerd door het gebruik van menuiserite of celitplaten. Menuiserite is goedkoop, maar sluit niet altijd overal even goed. Veelal moet met de nodige plakband kieren en spleten dichtgeplakt worden, wat op termijn tot problemen kan leiden. Celitplaten zijn tand en groef platen die overal naadloos sluiten en bovendien een isolerende werking hebben. Meer en meer wordt celit verkozen boven menuiserite.

Het tweede dampscherm komt aan de binnenzijde van het dak en bestaat uit een folie die men over de volledige zijde van het dak vastniet. Met behulp van speciale lijm worden de naden samengekleefd. Alle isolatievormen, zowel flensdekens als vaste isolatieplaten hebben een dampscherm nodig om winddicht te worden afgeschermd.

Voor de binnenzijde van het dak kan in plaats van een dampscherm ook een goed sluitende multiplex plaat gebruikt worden.