DE MINIMUMPRIJS VOOR GSC DAALT IN 2010

De groenestroomcertificaten die toegekend worden aan zonnepanelen die in gebruik worden genomen in 2010 kunnen verkocht worden aan de netbeheerder tegen 350 euro. Voor zonnepanelen in gebruik genomen in 2011 wordt dat 330 euro, in 2012 is de minimumprijs nog 310 euro, enzovoort. De minimumprijs daalt dus jaarlijks telkens met 20 euro tot 2013. Vanaf 2014 daalt deze prijs met 40 euro per jaar.

In 2010 bedragen de groenestroomcertificaten 350 euro/1.000 kWh en dit gedurende 20 jaar.

Om in aanmerking te komen voor de minimumprijs van 450 euro moet een PV-installatie ten laatste op 31 december 2009 AREI-conform worden verklaard door een keuringsinstantie. Dit is het geval voor installaties waar de zonnepanelen reeds in 2009 aanwezig waren, maar de omvormer nog moet geplaatst worden. Uiterste datum van keuring 1 maart 2010.

De periode waarin groenestroomcertificaten kunnen verkocht worden aan de netbeheerder aan minimumprijs is voor PV-installaties die in werking werden gesteld vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2012 nog steeds 20 jaar vanaf de datum van indienstname van de installatie. Voor PV-installaties die in dienst worden genomen vanaf 1 januari 2013 zal deze periode maar 15 jaar meer bedragen.

Vanaf 1 januari 2010 moet het dak of de zoldervloer geïsoleerd zijn.


WAAROM DEZE DALING?

Het bedrag van de opbrengststeun is afhankelijk van de meerkost van de groene stroom. Die meerkost neemt geleidelijk af. Voor fotovoltaïsche zonnepanelen bijvoorbeeld is de kost van de techniek op enkele jaren tijd sterk gedaald, van meer dan 8.000€/kWp naar minder dan 6.000€/kWp. Tegelijk is de kostprijs voor het opwekken van grijze elektriciteit gestegen (denk aan aardolie en aardgas) waardoor de meerkost van groene stroom kleiner is geworden. Al die evoluties zorgen ervoor dat er vanaf 2010 minder steun nodig is om investeringen in fotovoltaïsche zonnepanelen rendabel te houden.


ISOLATIEVOORWAARDE VOOR ZONNEPANELEN

Zonnepanelen die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen én die geplaatst worden op woningen of woongebouwen, krijgen enkel groenestroomcertificaten die verkocht kunnen worden aan de netbeheerder tegen de minimumsteun van 350 euro als het dak waarop ze geïnstalleerd worden, voldoende werd geïsoleerd.

De isolatievoorwaarde is enkel van toepassing voor zonnepanelen die geplaatst worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer binnen het beschermd volume van het gebouw volledig geïsoleerd is.

De VREG beschouwt een gebouw als een woning of woongebouw als het verwarmd wordt omdat mensen er willen wonen.

  • Als u bijvoorbeeld zonnepanelen plaatst op een stal, een bedrijfsgebouw, een alleenstaande garage of een tuinhuis, dan is de isolatievoorwaarde niet van toepassing (ook al hoort de garage of het tuinhuis bij een woning die niet geïsoleerd is).
  • Gaat het om een woning waarin u woont en/of waarin ook uw zaak gevestigd is, dan is de isolatievoorwaarde wel van toepassing.

Het beschermd volume is het volume van alle kamers en ruimten van het gebouw dat men thermisch wil beschermen tegen warmteverliezen naar de buitenomgeving, naar de grond en naar de naburige ruimten die niet tot een beschermd volume behoren. Eenvoudiger gezegd is het beschermd volume dat deel van een gebouw dat is “ingepakt” met isolatie.

Een aangebouwde garage kan al dan niet tot het beschermd volume behoren. Of de garage tot het beschermd volume behoort, bepaalt of de isolatievoorwaarde van toepassing is wanneer men zonnepanelen op het dak van deze garage plaatst.

  • Als de garage mee is geïsoleerd, behoort ze tot het beschermd volume. In dat geval is de isolatievoorwaarde van toepassing. De totale isolatie van het dak en de zoldervloer van de volledige woning (inclusief garage) moet voldoende zijn.
  • Meestal is echter de muur tussen garage en woning geïsoleerd en de garage zelf niet. In dat geval behoort de garage niet tot het beschermd volume van de woning.

HOEVEEL ISOLATIE IS NODIG?

De wetgeving stelt dat de totale isolatie van het dak en de zoldervloer een warmteweerstand Rd van ten minste 3 m²K/W moet hebben om nog in aanmerking te komen voor € 350 minimumsteun.

Wat betekent dat?
De warmteweerstand geeft aan hoe goed het materiaal de warmte tegenhoudt. Hoe groter de R-waarde, hoe beter de isolatie dus. De warmteweerstand wordt aangeduid door de R-waarde, uitgedrukt in m²K/W en wordt bepaald door de dikte van de isolatie (in meter) te delen door de lambdawaarde van het gebruikte isolatiemateriaal (in W/mK).


WAT ALS IK NIET WEET OF MIJN DAK (VOLDOENDE) GEÏSOLEERD IS?

Het is aan u als eigenaar van de zonnepanelen om na te gaan of uw dak of zoldervloer voldoende geïsoleerd is. Er bestaan geen toestellen om te meten of en in welke mate uw dak of zoldervloer geïsoleerd zijn. De enige manier om dit na te gaan, is uit te zoeken welk isolatiemateriaal er werd geplaatst en met welke dikte.

Als u een huis heeft gekocht en u hebt geen idee of en hoeveel isolatie er aanwezig is, dan moet u desnoods een stukje zolderbekleding verwijderen om dit te bekijken en de dikte te meten.


HOE ZAL DE VREG DE ISOLATIEVOORWAARDE CONTROLEREN?

Als eigenaar van zonnepanelen moet u in het aanvraagformulier voor groenestroomcertificaten op eer verklaren dat uw dak of zoldervloer geïsoleerd is. De VREG kan altijd zelf ter plaatse komen controleren of inderdaad aan de isolatievoorwaarde werd voldaan. De VREG kan ook aan de distributie netbeheerder vragen een controle ter plaatse uit te voeren.

Bij zo’n controle is het aan de eigenaar om de controleur ervan te overtuigen dat er wel degelijk voldoende isolatie aanwezig is. Volgende bewijsstukken kunnen hiervoor bijvoorbeeld gebruikt worden, als hierop het adres of het kadastrale nummer van de woning vermeld staat:

  • Gegevens uit het lastenboek
  • Goedgekeurde subsidieaanvragen bij de Vlaamse overheid voor het aanbrengen van isolatie en goedgekeurde aanvragen voor het bekomen van een premie bij de netbeheerder
  • Originele facturen van geregistreerde aannemers
  • Originele facturen van bouwmaterialen
  • Gegevens van originele gedateerde plannen opgesteld door een architect op een schaal 1/50ste of groter
  • Werfverslagen of vorderingsstaten opgesteld, gedateerd of ondertekend door een architect
  • Postinterventiedossiers opgesteld, gedateerd en ondertekend door een veiligheidscoördinator

Waar mogelijk zal visueel geverifieerd worden of de bewijsstukken overeenstemmen met de werkelijkheid. Als dit niet het geval is, vervallen de bewijsstukken. Wanneer er tegenspraak is tussen twee bewijsstukken gelden de gegevens van het meest recente bewijsstuk.


WAT ALS WORDT VASTGESTELD DAT NIET AAN DE ISOLATIEVOORWAARDE WERD VOLDAAN?

Als uit een controle door de VREG of uw distributienetbeheerder blijkt dat geen of onvoldoende isolatie aanwezig is, schorst de netbeheerder de uitbetaling van de minimumsteun voor de groenestroomcertificaten. De VREG zal dan ook geen bijkomende groenestroomcertificaten meer toekennen aan deze installatie. Daarnaast trekt de VREG alle nog niet verhandelde groenestroomcertificaten die aan de betrokken PV-installatie werden toegekend, in.

Bovendien heeft de eigenaar van de PV-installatie bij zijn aanvraag van groenestroomcertificaten valsheid in geschrifte gepleegd. De VREG zal bijgevolg niet aarzelen om de bevoegde politiediensten of het parket hierover in te lichten, waarna een strafsanctie kan worden opgelegd door de bevoegde strafrechtbank op grond van een overtreding van artikel 36 van het Elektriciteitsdecreet.