Groenestroom certificaten dalen versneld in 2011!

DE MINIMUMPRIJS VOOR GSC DALEN SNELLER VANAF 1 APRIL 2011

De Vlaamse Regering heeft onlangs beslist om de minimumsteun voor de fotovoltaïsche zonnepanelen sneller te laten dalen vanaf 1 april 2011.

In het vorige systeem daalden de groenestroomcertifacten met 20 euro per jaar. In het huidige systeem zullen de certificaten met 20 euro per drie maand dalen. Dit heeft als gevolg dat de certificaten per jaar met 80 euro zullen afnemen!! Waardoor de terugverdientijd van de installatie zal verhogen.

De wijziging van het certificaten systeem is enkel van toepassing op de installaties die nog moeten geplaatst worden en dit vanaf 1 april 2011. Mensen die reeds zonnepanelen hebben zullen van deze wijzing geen hinder ondervinden.

Groenestroomcertificaten worden uitgekeerd per geproduceerde 1.000 kWh (1 MWh) ongeacht of de eigenaar deze groenestroom verbruikt of op het net plaatst. Deze certificaten worden tot 2013 gegarandeerd uitbetaald gedurende 20 jaar. Na 2013 daalt dit naar 15 jaar.

In onderstaande een kort overzicht van het bedrag van de premie:

1 Januari 2011 330 euro/MWh 20 jaar
1 April 2011 310 euro/MWh 20 jaar
1 Juli 2011 290 euro/MWh 20 jaar
1 Oktober 2011 270 euro/ MWh 20 jaar


1 Januari 2012 250 euro/MWh 20 jaar
1 April 2012 230 euro/MWh 20 jaar
1 Juli 2012 210 euro/MWh 20 jaar
1 Oktober 2012 190 euro/ MWh 20 jaar

Vanaf 2013 zullen de certifacten verder dalen tot een bedrag van 90 euro/MWh in 2016. Ook zal vanaf 2013 het termijn van uitbetaling wijzigen van 20 jaar naar 15 jaar.


ISOLATIEVOORWAARDE VOOR ZONNEPANELEN

Zonnepanelen die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen én die geplaatst worden op woningen of woongebouwen, krijgen enkel groenestroomcertificaten die verkocht kunnen worden aan de netbeheerder tegen de minimumsteun van 350 euro als het dak waarop ze geïnstalleerd worden, voldoende werd geïsoleerd.

De isolatievoorwaarde is enkel van toepassing voor zonnepanelen die geplaatst worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer binnen het beschermd volume van het gebouw volledig geïsoleerd is.

De VREG beschouwt een gebouw als een woning of woongebouw als het verwarmd wordt omdat mensen er willen wonen.

  • Als u bijvoorbeeld zonnepanelen plaatst op een stal, een bedrijfsgebouw, een alleenstaande garage of een tuinhuis, dan is de isolatievoorwaarde niet van toepassing (ook al hoort de garage of het tuinhuis bij een woning die niet geïsoleerd is).
  • Gaat het om een woning waarin u woont en/of waarin ook uw zaak gevestigd is, dan is de isolatievoorwaarde wel van toepassing.

Het beschermd volume is het volume van alle kamers en ruimten van het gebouw dat men thermisch wil beschermen tegen warmteverliezen naar de buitenomgeving, naar de grond en naar de naburige ruimten die niet tot een beschermd volume behoren. Eenvoudiger gezegd is het beschermd volume dat deel van een gebouw dat is “ingepakt” met isolatie.

Een aangebouwde garage kan al dan niet tot het beschermd volume behoren. Of de garage tot het beschermd volume behoort, bepaalt of de isolatievoorwaarde van toepassing is wanneer men zonnepanelen op het dak van deze garage plaatst.

  • Als de garage mee is geïsoleerd, behoort ze tot het beschermd volume. In dat geval is de isolatievoorwaarde van toepassing. De totale isolatie van het dak en de zoldervloer van de volledige woning (inclusief garage) moet voldoende zijn.
  • Meestal is echter de muur tussen garage en woning geïsoleerd en de garage zelf niet. In dat geval behoort de garage niet tot het beschermd volume van de woning.

HOEVEEL ISOLATIE IS NODIG?

De wetgeving stelt dat de totale isolatie van het dak en de zoldervloer een warmteweerstand Rd van ten minste 3 m²K/W moet hebben om nog in aanmerking te komen voor € 350 minimumsteun.

Wat betekent dat?
De warmteweerstand geeft aan hoe goed het materiaal de warmte tegenhoudt. Hoe groter de R-waarde, hoe beter de isolatie dus. De warmteweerstand wordt aangeduid door de R-waarde, uitgedrukt in m²K/W en wordt bepaald door de dikte van de isolatie (in meter) te delen door de lambdawaarde van het gebruikte isolatiemateriaal (in W/mK).


WAT ALS IK NIET WEET OF MIJN DAK (VOLDOENDE) GEÏSOLEERD IS?

Het is aan u als eigenaar van de zonnepanelen om na te gaan of uw dak of zoldervloer voldoende geïsoleerd is. Er bestaan geen toestellen om te meten of en in welke mate uw dak of zoldervloer geïsoleerd zijn. De enige manier om dit na te gaan, is uit te zoeken welk isolatiemateriaal er werd geplaatst en met welke dikte.

Als u een huis heeft gekocht en u hebt geen idee of en hoeveel isolatie er aanwezig is, dan moet u desnoods een stukje zolderbekleding verwijderen om dit te bekijken en de dikte te meten.


HOE ZAL DE VREG DE ISOLATIEVOORWAARDE CONTROLEREN?

Als eigenaar van zonnepanelen moet u in het aanvraagformulier voor groenestroomcertificaten op eer verklaren dat uw dak of zoldervloer geïsoleerd is. De VREG kan altijd zelf ter plaatse komen controleren of inderdaad aan de isolatievoorwaarde werd voldaan. De VREG kan ook aan de distributie netbeheerder vragen een controle ter plaatse uit te voeren.

Bij zo’n controle is het aan de eigenaar om de controleur ervan te overtuigen dat er wel degelijk voldoende isolatie aanwezig is. Volgende bewijsstukken kunnen hiervoor bijvoorbeeld gebruikt worden, als hierop het adres of het kadastrale nummer van de woning vermeld staat:

  • Gegevens uit het lastenboek
  • Goedgekeurde subsidieaanvragen bij de Vlaamse overheid voor het aanbrengen van isolatie en goedgekeurde aanvragen voor het bekomen van een premie bij de netbeheerder
  • Originele facturen van geregistreerde aannemers
  • Originele facturen van bouwmaterialen
  • Gegevens van originele gedateerde plannen opgesteld door een architect op een schaal 1/50ste of groter
  • Werfverslagen of vorderingsstaten opgesteld, gedateerd of ondertekend door een architect
  • Postinterventiedossiers opgesteld, gedateerd en ondertekend door een veiligheidscoördinator

Waar mogelijk zal visueel geverifieerd worden of de bewijsstukken overeenstemmen met de werkelijkheid. Als dit niet het geval is, vervallen de bewijsstukken. Wanneer er tegenspraak is tussen twee bewijsstukken gelden de gegevens van het meest recente bewijsstuk.


WAT ALS WORDT VASTGESTELD DAT NIET AAN DE ISOLATIEVOORWAARDE WERD VOLDAAN?

Als uit een controle door de VREG of uw distributienetbeheerder blijkt dat geen of onvoldoende isolatie aanwezig is, schorst de netbeheerder de uitbetaling van de minimumsteun voor de groenestroomcertificaten. De VREG zal dan ook geen bijkomende groenestroomcertificaten meer toekennen aan deze installatie. Daarnaast trekt de VREG alle nog niet verhandelde groenestroomcertificaten die aan de betrokken PV-installatie werden toegekend, in.

Bovendien heeft de eigenaar van de PV-installatie bij zijn aanvraag van groenestroomcertificaten valsheid in geschrifte gepleegd. De VREG zal bijgevolg niet aarzelen om de bevoegde politiediensten of het parket hierover in te lichten, waarna een strafsanctie kan worden opgelegd door de bevoegde strafrechtbank op grond van een overtreding van artikel 36 van het Elektriciteitsdecreet.